Oude toren.

 

In het jaar 1342 werd Stiphout geteisterd door een zwaar noodweer.

Een felle bliksemschicht trof het kerkgebouw van Stiphout.

Terwijl de toenmalige pastoor Jan Hocaerts machteloos moest toezien hoe

zijn kerk in een laaiende vuurzee veranderde, smeekte een boer, Jan Balloys,

de wanhopige pastoor de kerk in te mogen gaan om tenminste het Heilig Sacrament

in veiligheid te kunnen brengen. Balloys rende de vlammen in, die hem evenwel niet

deerden maar integendeel uiteen weken om een pad vrij te maken. Balloys bracht

vervolgens het Sacrament naar de pastoor. De overlevering wil, dat hij bij terugkeer op

zijn akkers, deze allen omgeploegd vond.

Na de brand in 1342 werd de kerk herbouwd.

 

 

Bijdrage van Ties Ermes.

 

   Niet lang na de brand en het wonder van Jan Balloys gebeurden er opnieuw

merkwaardige dingen in Stiphout. Het begon met 2 zusjes.

De oudste leed aan de pest en zocht troost in het geloof en ging naar de

Stiphoutse kerk. Een tijd lang had zij gebeden voor het Heilig Sacrament en niet lang

daarna was ze verlost van de pest. Haar jongste zusje had hoge koorts, ging eveneens

naar de Stiphoutse kerk, bad voor het tabernakel met het Heilig Sacrament, en werd

eveneens van de koorts verlost. Toen rond 1350 de pest heerstte in Stiphout zijn alle

besmette inwoners naar de kerk gegaan, hebben gebeden voor het Heilig Sacrament,

en iedereen genas. In de Stiphoutse kerk hongen vele herinneringen aan wonderbaarlijke

genezingen. Vele daarvan gingen verloren met de brand van 4 juli 1587.

 

De doortocht van de graaf van Hohenlo, een van de bevelhebbers van het leger van

prins Maurits,- Hij voerde in de zuidelijke Nederlanden strijd tegen de Spanjaarden-,

betekende in 1587 een nieuwe verwoesting van het gebouw. Dat betekende tevens het

einde van de oude kerk als centrum voor de katholieken. De protestante overwinnaars

in de 80 jarige oorlog namen de kerk in het bezit, en stonden de bevolking nog slechts

het bezit van een zogenaamde " schuurkerk " toe. Na de Franse Bezetting in het begin

van de 19 eeuw kregen de inwoners van Stiphout hun kerk terug. Het dorp telde toen

maar 5 protestante inwoners. Het kerkgebouw was toen zo slecht dat tot sloop werd

besloten. Alleen de toren met spits, klokken, en uurwerk bleef staan.

De rest van het materiaal werd gebruikt om de schuurkerk in het dorp op te knappen.

 

In het midden van het dorp was in de jaren 1823-1825 de voormalige schuurkerk

ingrijpend verbouwd. Later werd er nog een kerkhof aangelegd, en in 1882 begon

de bouw van de huidige kerk, welke in 1884 in gebruik werd genomen.

 

Op 5 juli 1884 sloeg opnieuw de bliksem in de oude toren. Alleen de stenen resten

(zie foto links) stonden na de brand nog overeind.

In 1931 kwam de oude toren op de monumentenlijst.

In 1978 werd de oude toren gerestaureerd. (zie foto rechts)

 

                 

De oude toren voor en na de restauratie.

 

 

De oude toren in de steigers  ( 1978 )  Foto Gerdie Adriaans.

 

 

 

Aan de rand van Stiphout, na zoveel meegemaakt te hebben,

De oude toren!

 

 

Deze tegel hangt aan de gevel van de oude toren.